Er bestaan verschillende type proteïne op de markt. De meest bekende vormen zijn Whey, Caseïne en Isolaat eiwitpoeders. Daarentegen bestaat er ook minder bekende vormen, genaamd Hydrolisaat. Ook al zijn Whey, Caseïne en Isolaat bekende eiwitbronnen, niet veel mensen weten het verschil tussen deze drie vormen van eiwit, laat staan de minst bekende van de vier Hydrolisaat. In dit artikel krijg jij een antwoord op de vraag; Wat is het verschil tussen Whey, Caseïne, Hydrolisaat of Isolaat Eiwitpoeder. Op basis van dit artikel kun jij een keuze maken voor de eiwitbron die het best past bij jouw sportieve doelstelling en optimale spiergroei. 

 

Snelle vs trage eiwitten

 

Het verschil tussen Whey, Caseïne, Isolaat en Hydrolisaat eiwitpoeders

Het verschil tussen de drie meest bekende en verkochte eiwitpoeders is gebaseerd op de snelheid waarmee de eiwitpoeders worden geabsorbeerd en verteerd. Whey proteïne wordt beschouwd als snelle proteïne en Caseïne proteïne wordt beschouwd als trage proteïne. (1). Omdat Whey proteïne sneller wordt verteerd en geabsorbeerd dan Caseïne, leidt de consumptie van Whey tot een snelle, maar kortdurende, piek in de aanwezige hoeveelheid aminozuren in het bloed (2). 

 

Isolaat is een meer pure vorm eiwitpoeder en bevat minder koolhydraten en vetten, dan Whey en Caseïne eiwitpoeder. Hydrolisaat is de meest pure vorm eiwitpoeder van de vier en bevat hierdoor de meeste eiwitten per 100 gram. Doordat hydrolysaat de meest pure vorm van eiwitten is, wordt het zeer snel opgenomen (3) en wordt het gezien als de snelste vorm proteïne.

 

De consumptie van Isolaat en Hydrolisaat (3) wordt gekenmerkt door een korte, maar snelle piek in de aanwezige hoeveelheid aminozuren in het bloed. Dit is te wijten aan de snelle vertering en absorptie van deze twee eiwitbronnen.

 

“De afbraak van spiereiwitten wordt met 34% verminderd als gevolg van de consumptie van Caseïne”. 

 

Caseïne eiwit daarentegen, wordt het meest traag verteerd en geabsorbeerd (4). Dit leidt tot een minder heftige piek in de aanwezige hoeveelheid aminozuren in het bloed. Daarentegen blijven de aminozuur waardes in het bloed wel langer verhoogd na de consumptie van Caseïne proteïne ten opzichte van Whey proteïne. 

 

Omdat de consumptie van Caseïne zorgt voor een langere periode van hyponatremie (aanwezigheid van aminozuren in het bloed), wordt de afbraak van spiereiwitten (spiercellen) met 34% verminderd in de periode na de inname van Caseïne, ten opzichte van de consumptie van Whey (4). 

 

Daarentegen zorgt Whey eiwit (net als Isolaat en Hydrolisaat), wel voor een hogere piek in spiereiwitsynthese (de aanmaak van nieuwe spiermassa) in de periode kort na de consumptie (4). Dit is te wijten aan de snellere vertering en absorptie van snelle eiwitten ten opzichte van Caseïne, waardoor er sneller een grote hoeveelheid aminozuren in de bloedbaan beschikbaar is. Dit kan sneller worden gebruikt voor de aanmaak van nieuwe en het herstel van beschadigde spiercellen (spiereiwitsynthese)

 

“Door de snelle vertering van snelle eiwitten, wordt een groot deel van de aanwezige aminozuren geoxideerd al voordat ze worden opgenomen.”

 

Door de snelle vertering en absorptie van Whey (en de overige snelle) eiwitten, wordt een groter deel van de aminozuren na de consumptie geoxideerd (verbrand), ten opzichte van de consumptie van Caseïne (4). Door de snellere oxidering, gaan er meer aminozuren verloren, zonder een positief effect teweeg te brengen in de aanwezige spiermassa. Uiteindelijk zorgt de vertraagde verbranding van aminozuren uit Caseïne, ten opzichte van Whey (en de andere snelle eiwitbronnen), voor een betere aminozuur-balans in de periode van 7 uur na de consumptie van beide eiwitten (4)

 

Whey proteïne, Isolaat en Hydrolisaat worden dus sneller opgenomen dan Caseïne. Dit zorgt voor een snelle en hevige piek in de aanwezige hoeveelheid aminozuren in het bloed, waardoor de spiereiwitsynthese snel piekt na de consumptie van de snelle eiwitten. Echter wordt een groter deel van de snel beschikbare aminozuren uit snelle eiwitbronnen verbrand, zonder een positief effect te veroorzaken in de aanwezige spiermassa whey verbrand.

 

Verschillende soorten eiwitpoeder

 

De consumptie van Caseïne eiwit leidt tot een vertraagde maar verlengde periode van hyponatremie (een verhoogde hoeveelheid aminozuren in het bloed), ten opzichte van de consumptie van snelle eiwitten. Dit zorgt voor een verlaagde oxidatie (verbranding) van aminozuur, waardoor het lichaam de aanwezige aminozuren beter kan gebruiken. Dit leidt op zijn beurt weer leidt tot een verbeterde eiwitbalans (de opbouw van spiermassa ten opzichte van de afbraak van spiermassa) in de uren na de consumptie van Caseïne. 

 

We kunnen stellen dat Caseïne leidt tot een tragere aminozuur reactie ten opzichte van Whey eiwit en de overige snelle eiwitbronnen. Daarentegen leidt de trage afgifte van aminozuren uit Caseïne tot een verminderde oxidering van aminozuren en daardoor tot een betere eiwitbalans.

 

De opname van eiwitten in combinatie met andere macronutriënten

Wordt er aan de consumptie van een proteïnebron (Whey, Isolaat, Hydrolisaat of Caseïne) een bron aan koolhydraten en/of vetten toegevoegd, wordt het verschil in opnamesnelheid tussen snelle en trage eiwitten verminderd (5). 

 

Whey, isolaat en hydrolisaat worden hierdoor minder snel opgenomen, de piek in spiereiwitsynthese wordt daardoor minder heftig en meer gelijkmatig over een bepaalde periode gespreid. De verbranding van aminozuren, zonder dat deze een positief effect hebben uitgeoefend op de aanwezige spiermassa, wordt daardoor uiteindelijk ook minder.

 

Caseïne eiwit lijkt wel beter te worden geabsorbeerd dan Whey eiwit in een gemixte maaltijd (een maaltijd bestaande uit eiwitten, koolhydraten en/of vetten) (6). Daarnaast lijkt op basis van onderzoek (6) de assimilatie (het omzetten) van aminozuren in spiermassa beter na de consumptie van Caseïne eiwitten.

 

Zijn snelle eiwitten beter na het sporten?

Doordat Hydrolisaat, Isolaat en Whey proteïne sneller wordt opgenomen dan Caseïne en de consumptie van snelle eiwitten tot een snellere piek in spiereiwitsynthese leidt, zou men verwachten dat men na het sporten het beste een snelle eiwitpoeder kan consumeren. Door de versnelde afgifte en opname van aminozuren na de consumptie van snelle eiwitten, zou er beter kunnen worden geprofiteerd van de verhoogde ontvankelijkheid voor aminozuren van spiermassa na het trainen.

 

Onderzoek van Reitelseder et al. (8) laat echter zien dat de consumptie van Whey of Caseïne leiden tot een gelijke mate aan spiereiwitsynthese over een periode van 6 uur. Ondanks dat er binnen deze 6 uur wel verschillen ontstaan in de concentraties insuline en aminozuren in het bloed.

 

“De consumptie van snelle eiwitten is niet beter na het sporten.”

 

De snelle afgifte van aminozuren als gevolg van de consumptie van snelle eiwitten mag dan wel leiden tot een snelle en heftige piek in de hoeveelheid spiereiwitsynthese na een training, deze piek is ten opzichte van de consumptie van een trager eiwit maar van korte duur. Doordat de spiereiwitsynthese als gevolg van een trager eiwit voor een langere periode aan blijft houden, is de hoeveelheid spiereiwitsynthese als gevolg van een snel of traag eiwit over een langere periode gelijk.

 

Daarnaast wordt de (snelle) vertering van een snelle eiwitbron (zoals Whey eiwitpoeder) vertraagd indien dit wordt genuttigd met een bron aan koolhydraten of vetten (een gemixte maaltijd) (6). De snelle piek in spiereiwitsynthese als gevolg van de consumptie snelle eiwitten wordt daarmee afgezwakt, wat dit voordeel van de consumptie van snelle eiwitten ten opzichte van een trager eiwit afzwakt. 

 

Proteïne shakes

 

Het gegeven dat snelle eiwitten ook sneller worden opgenomen door het lichaam dan meer trage eiwitten, wil dus niet direct zeggen dat het beter is om snelle eiwitten  te consumeren na het trainen.

 

Het gevaar van snelle eiwitten

Snelle eiwitten worden zoals eerder aangegeven snel door het lichaam verteerd en geabsorbeerd. Het gevaar aan een te snelle vertering en absorptie van proteïne, is dat de afgifte van aminozuren zo snel plaatsvindt, dat de anabole periode te snel voorbij is (9). Simpel gezegd, dat de afgifte van aminozuren zo snel gaat, dat deze nauwelijks door het lichaam kunnen worden gebruikt voor spiereiwitsynthese (de opbouw en het herstel van spiermassa) en worden verbrand.

 

“Sneller is niet beter.”

 

Hierdoor gaan er veel aminozuren verloren, zonder dat hier überhaupt iets mee gebeurt. Gaan er dagelijks teveel aminozuren verloren als gevolg van de consumptie van (te) snel opneembare eiwitten, kan dit leiden tot een tekort aan aminozuren, ondanks dat er dagelijks wel voldoende eiwitten worden geconsumeerd. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor het herstel en de aanmaak van spiercellen. 

 

Sneller is in het geval van eiwitten dus niet direct beter.

 

Conclusie

Het verschil tussen Whey, Isolaat, Hydrolisaat en Caseïne eiwitpoeder zit hem voornamelijk in de snelheid van vertering en absorptie. Hydrolisaat is de eiwitbron die het meest snel wordt verteerd en geabsorbeerd, gevolgd door Isolaat en Whey. Caseïne is de meest trage eiwitbron van de vier.

 

Door de snelle vertering en absorptie van de snelle eiwitten, komt er snel na de consumptie een grote hoeveelheid aminozuren de bloedbaan in, welke een snelle en hoge piek in spiereiwitsynthese mogelijk maken. Des te sneller het eiwit wordt verteerd en geabsorbeerd, des te heviger de piek in spiereiwitsynthese na de consumptie.

 

Caseïne wordt trager verteerd en geabsorbeerd, waardoor de consumptie van deze eiwitbron leidt tot een vertraagde afgifte van aminozuren aan het bloed. De periode waarin aminozuren worden afgegeven in de bloedbaan wordt als het gevolg van Caseïne wel verlengd ten opzichte van de snelle eiwitsoorten. Dit leift tot een vlakkere maar langere stijging van de spiereiwitsynthese.

 

Door de snelle vertering en absorptie van snelle eiwitten, gaan er veel aminozuren verloren door oxidatie (verbranding), zonder dat deze aminozuren een positieve werking kunnen uitoefenen op de aanwezige spiermassa. Dit in tegenstelling tot de aminozuren verkregen uit het trager verterende Caseïne, die in mindere mate worden geoxideerd. De consumptie van Caseïne leidt daardoor tot een positievere eiwitbalans (de opbouw van spiereiwitten ten opzichte van de afbraak van spiereiwitten) dan de consumptie van snelle eiwitten.

 

Worden snelle eiwitten daarentegen tegelijkertijd geconsumeerd met een bron aan koolhydraten en/of vetten, worden de eiwitten minder snel verteerd en geabsorbeerd. De nadelige effecten van de versnelde vertering en absorptie worden daarmee teniet gedaan.

 

Het gevaar van (te) snel opneembare eiwitten (met name hydrolisaat) is dat deze eiwitbron te snel wordt geabsorbeerd, dat deze eiwitten nauwelijks door het lichaam kunnen worden gebruikt voor spiereiwitsynthese. Hierdoor kan het gebeuren dat, ondanks er voldoende eiwitten wordn geconsumeerd, de lichamelijk behoefte aan aminozuren niet wordt voldaan, waardoor wordt laten liggen. 

 

Echter zal dit nadelige effect in het geval van een gemixte maaltijd te niet worden gedaan. 

 

 

Bronnen

  1. Bendtsen, L.Q., Lorenzen, J.K., Bendsen, N.T., Rasmussen, C. & Asturp, A., (2013), Effect of dairy proteins on appetite, energy expenditure, body weight, and composition: a review of the evidence from controlled clinical trials, Advanced Nutrition, 4(4), p. 418-438, DOI: 10.3945/an.113.003723.
  2. Hall, L.W., Millward, D.J., Long, S.J. & Morgan, L.M. (2003), Casein and whey exert different effects on plasma amino acid profiles, gastrointestinal hormone secretion and appetite, Br. J. Nutr., 89(2), p. 239-248. DOI: 10.1079/BJN2002760.
  3. Koopman, R., Crombach, N., Gijsen, A.P., Walrand, S., Fauquant, J., Kies, A.K., Lemosquet, S., Saris, W.H.M., Boirie, Y., Van Loon, L.J.C., (2009), Ingestion of a protein hydrolysate is accompanied by an accelerated in vivo digestion and absorption rate when compared with its intact protein, The American Journal of Clinical Nutrition, 90(1), p.106–115, DOI:https://doi.org/10.3945/ajcn.2009.27474
  4. Boirie, Y., Dangin, M., Gachon, P., Vasson, M.P., Maubois, J.L. & Beaufrere, B., (1997), Slow and fast dietary proteins differently modulate postprandial protein accretion, Proc. Natl. Acad. Sci. USA, 94(26), p. 14930-14935, DOI: 10.1073/pnas.94.26.14930. 
  5. Dangin, M., Boirie, Y., Guillet, C., Beaufrere, B. (2002), Influence of the protein digestion rate on protein turnover in young and elderly subjects, J. Nutr., 132(10), p. 3228S-3233S. DOI: 10.1093/jn/131.10.3228S.
  6. Soop, M., Nehra, V., Henderson, G.C., Boirie, Y., Ford, G.C., Sreekumaran Nair, K., (2012), Coingestion of whey protein and casein in a mixed meal: demonstration of a more sustained anabolic effect of casein, Am. J. Physiol. Endocrinol. Metab., 303(1), p. E152-162, DOI: 10.1152/ajpendo.00106.2012. 
  7. Reitelseder, S., Agergaard, J., Doessing, S., Helmark, I.C., Lund, P., Kristensen, N.B., Frystyk, J., Flyvbjerg, A., Schjerling, P., Van Hall, G., Kjaer, M. & Holm, L., (2011), Whey and casein labeled with L-[1-13C]leucine and muscle protein synthesis: effect of resistance exercise and protein ingestion, Am. J. Physiol. Endocrinol. Metab., 300(1), p. E231-242, DOI: 10.1152/ajpendo.00513.2010.
  8. Lacroix, M., Bos, C., Léonil, J., Airinei, G., Luengo, C., Daré, S., Benamouzig, R., Fouillet, H., Fauquant, J., Tomé, D. & Gaudichon, C., (2006), Compared with casein or total milk protein, digestion of milk soluble proteins is too rapid to sustain the anabolic postprandial amino acid requirement, Am. J. Clin. Nutr., 84(5), p. 1070-1079, DOI: 10.1093/ajcn/84.5.1070.
Chat openen